Vredesweekessay 2022

Wat is vrede anno 2022 voor jou? Vraag het een willekeurige burger en het antwoord zal zeer waarschijnlijk anders klinken dan diens antwoord op dezelfde vraag een jaar geleden. De oorlog in Oekraïne heeft de wereld veranderd. De opdracht om opnieuw na te denken over wat vrede is en hoe we vrede kunnen bevorderen is een opdracht aan ons allemaal, zeker niet alleen aan politici, militairen en diplomaten. Snelle antwoorden of quick fixes zullen niet volstaan. Tijd zal nodig zijn, net als dialoog en discussie, studie en onderzoek, én actieve betrokkenheid van burgers. Om vrede opnieuw te kunnen definiëren en vormgeven, is die betrokkenheid van zoveel mogelijk mensen noodzakelijk. 

Door Dion van den Berg


Wat is vrede anno 2022 voor jou? Vraag het een willekeurige burger en het antwoord zal zeer waarschijnlijk anders klinken dan diens antwoord op dezelfde vraag een jaar geleden. De oorlog in Oekraïne heeft de wereld veranderd. De opdracht om opnieuw na te denken over wat vrede is en hoe we vrede kunnen bevorderen is een opdracht aan ons allemaal, zeker niet alleen aan politici, militairen en diplomaten. Snelle antwoorden of quick fixes zullen niet volstaan. Tijd zal nodig zijn, net als dialoog en discussie, studie en onderzoek, én actieve betrokkenheid van burgers. Om vrede opnieuw te kunnen definiëren en vormgeven, is die betrokkenheid van zoveel mogelijk mensen noodzakelijk. 

In de tweede helft van de jaren zeventig bevonden we ons ook op zo’n scharnierpunt dat burgers met kracht van zich moesten laten horen. Vijfenveertig jaar geleden, in 1977, was de campagne van het IKV tegen de kernwapens een uiting van de wens van velen om het debat over oorlog en vrede te democratiseren. De vredesbeweging bundelde de wensen van burgers en betrad daarmee de publieke en politieke arena’s. Overheden en politici moesten zich daartoe verhouden.

Gelukkig zien we ook veel inzet van vrede, veel inspirerende voorbeelden van vredeswil – lokaal, nationaal en internationaal. Burgers, jong en oud, van stad of platteland, in Nederland geboren en getogen of hier later huis en haard gevonden, gelovig of niet-gelovig, burgers van elk gender, iedereen heeft belang bij vrede. Dat bedoelen we met “Generatie Vrede”. In de Vredesweek 2022, van 17 tot en met 25 september, willen we daar samen een impuls aan geven, met landelijke activiteiten en vele lokale activiteiten. 

Dit Vredesweekessay dient daarbij tot inspiratie te dienen. Eerst zal ik ingaan op de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en kritische vragen stellen bij de te beperkte focus op alleen een militaire reactie. Daarnaast zet ik ankerpunten voor een hernieuwd elan voor vrede op een rij en laat ik vervolgens zien dat het bestrijden van autocratie hand in hand moet gaan met verbetering van onze eigen democratie. In de laatste paragrafen staan we vooral stil bij werk in eigen land: lokaal vredeswerk, de participatieve democratie, en activisme.   

Gevolgen van de oorlog in Oekraïne

De oorlog in Oekraïne zal verstrekkende gevolgen hebben. Niet alleen voor Oekraïne en Rusland, maar ook voor het Europese continent en de wereld als geheel. Oekraïne kampt met het verlies van vele duizenden mensenlevens en grootschalige vernietiging van infrastructuur en religieus en cultureel erfgoed. Wie weet is een lange periode aanstaande waarin een deel van haar grondgebied niet onder gezag van Kyiv valt en militaire en politieke spanningen met Rusland voortduren. De wederopbouw zal decennia duren en daarbij moet niet alleen herstel van de fysieke infrastructuur, maar ook revitalisatie van sociale verbanden veel aandacht krijgen. 

Al zou Rusland de oorlog verliezen of Poetin vertrekken, de gevolgen van de militaire acties, de sancties, de internationale isolatie en de systematische onderdrukking van burgerrechten, waar vooral activisten, vrouwen en minderheden onder te lijden hebben, zullen nog vele jaren doorwerken. Ook de Russen gaan zware jaren tegemoet. 

“De kloven tussen arm en rijk zullen dieper worden.”

We zien ook veel gevolgen in Europa. Tot een uitbreiding van de NAVO met Finland en Zweden is inmiddels besloten. De Europese Unie zal haar betrokkenheid bij Oost-Europa, en hopelijk ook de Westelijke Balkan, intensiveren. Oekraïne en ook Moldova zijn inmiddels kandidaat-lidstaten. Binnen de EU zal de stem van een land als Polen, dat nu zo veel mensen uit Oekraïne gastvrij opvangt, zwaarder wegen. We zien nu al dat de kritiek op problemen in Polen – met betrekking tot afkalving van de rechtsstaat, onafhankelijkheid van media, beperking van vrouwenrechten, behandeling van minderheden en de push-backs van vluchtelingen die via Belarus de EU trachten te bereiken – minder luid klinkt uit Brussel en een aantal hoofdsteden van EU-lidstaten. Ook de kans op een meer humaan Europees migratiebeleid lijkt te verkleinen. De afhankelijkheid van Russisch gas en olie zal worden afgebouwd en dat zal de prijs voor energie en tal van producten opjagen. De kloven tussen arm en rijk zullen dieper worden.

Er zijn eveneens verstrekkende gevolgen voor landen ver van Europa en voor de relatie van Europa met deze landen. Wereldwijd, maar vooral in armere landen, zullen de gevolgen van de verstoring van de wereldwijde handel in graan gevoeld worden. Met hongersnood, gebrek aan noodhulp en meer vluchtelingen tot gevolg. Ondertussen zijn er ook de risico’s van verdere verspreiding van kernwapens. Door de oorlog in Europa is er ten slotte ook minder aandacht voor andere landen waar geweld aan de orde van dag is, zoals Soedan.    

Verval in oude reflexen

Al snel na de start van de oorlog in Oekraïne zagen we dingen gebeuren die een jaar geleden nog ondenkbaar waren. Duitsland stelde een extra bedrag van 100 miljard ter beschikking voor de eigen defensie. Ook in Nederland besloot de Tweede Kamer tot extra middelen voor defensie, boven op de verruiming van defensiebudgetten die al in het regeerakkoord was opgenomen. 

“Uiteindelijk is Poetin banger voor de democratie dan voor wapens.”

Adequaat op militaire dreigingen reageren is logisch en verstandig. Maar een inzet op meer militaire macht roept vragen op en mag zeker niet het enige antwoord zijn. Het brengt ons in zekere zin terug naar de Koude Oorlog, waarin de (kern)wapenwedloop ertoe leidde dat er – ondanks onderhandelingen en politieke initiatieven – steeds meer en meer geavanceerde kernwapens en conventionele wapens bij kwamen. Een tijd waarin staten en politieke en militaire allianties bovendien al te gemakkelijk voorbijgingen aan wensen van burgers en ook weinig oog hadden voor geweldloos verzet en alternatieven voor militaire actie. We moeten ons blikveld niet (laten) vernauwen tot alleen militaire actie. Zoals we hieronder zullen toelichten: uiteindelijk is Poetin, net als andere dictators, banger voor democratie dan voor wapens. 

Beter luisteren en beter kijken

We hebben na de Tweede Wereldoorlog systemen opgetuigd om universele waarden te definiëren en verankeren, met hoofdrollen voor de Europese Unie (EU) en de Verenigde Naties (VN). Natuurlijk was het niet alles pais en vree vanaf 1945 – denk aan de dekolonisatieoorlogen, de genocides van Rwanda en Srebrenica, de Balkanoorlogen, grootschalige conflicten die nu nog gaande zijn in Syrië en Jemen en de behandeling van Oeigoeren in China. Maar de oorlog in Oekraïne heeft een nog grotere impact dan de andere naoorlogse conflicten op het Europese continent. De Europese veiligheidsstructuren – naast de EU en NAVO ook de verbanden waar Rusland deel van uitmaakt(e), de Raad van Europa en de OVSE – zijn te zwak gebleken of hebben de oorlog in ieder geval niet kunnen voorkomen. Ook de wederzijdse afhankelijkheid door de economische samenwerking van Rusland met Europa heeft de oorlog niet verhinderd.

Al vele jarenlang op rij werd de toon uit Moskou venijniger en werden internationale afspraken in toenemende mate genegeerd. Poetin bombardeert al jaren scholen en ziekenhuizen in Syrië. Het Marioepol-scenario heeft zich eerder in diverse steden in Syrië en Tsjetsjenië afgespeeld. Mensenrechtenactivisten en kritische burgers in Rusland werden steeds vaker slachtoffer van antidemocratisch gedachtegoed. Maar zolang er niet gesproken werd over en gedreigd met kernwapens en het geweld niet direct aan de buitengrenzen van de EU plaatsvond, bleven we in ons deel van Europa goede hoop houden. Poetin was uiteindelijk een rationeel mens. Dat dachten velen in West-Europa althans. Landen uit Centraal-Europa, met Polen voorop, die als onderdeel van de Sovjet-Unie of het Warschaupact meer ervaring met Moskou hebbe, waarschuwden ons. Maar het zou zo’n vaart niet lopen. Een oorlog in Oekraïne ontketenen, aan de randen van EU- en NAVO-gebied, dat zou Poetin niet aandurven. 

De les die we alvast kunnen trekken is dat we beter moeten leren luisteren naar wat autocratische leiders zeggen en beter kijken naar wat ze doen. Zoals we na de val van de Muur het vernietigende karakter van de etnisch-nationalistische politiek van mannen als Milosević en Karadzić te laat doorgrondden, zijn we opnieuw te naïef geweest. Juist in tijden van verwarring en chaos is het van belang dat we de waarden waar we onze identiteit aan ontlenen en waar we onze politiek op (zeggen te) baseren goed op het netvlies houden en ernaar handelen: democratie, rechtsstaat, mensenrechten, solidariteit. En die ‘we’, dat zijn dan niet alleen regering, parlement en onze instituties, dat zijn ook wij als burgers. Met onze eigen kennis en netwerken, met ons eigen vermogen om stil te staan bij vrede en zelf ook de handen uit de mouwen te steken. 

Ankerpunten voor een hernieuwd elan voor vrede

Om in deze verwarrende tijden de juiste koers te vinden en vast te houden is het noodzakelijk dat we waarden en principes die vrede en democratie bevorderen centraal stellen. Het gaat om het keer op keer formuleren en vasthouden van een goed moreel kompas. We moeten het besef terugbrengen, ook in de politiek, dat duurzame veiligheid nooit de veiligheid van één land of individu kan zijn, maar altijd de veiligheid van allen moet zijn. Waarden als mensenrechten, menselijke waardigheid en solidariteit horen daarbij. Democratische en Europese waarden horen ook de basis te zijn van onze visie op vrede en veiligheid. Zij vormen de ankerpunten, waarvan er vele door ambassades van vrede en andere lokale groepen ook vertaald kunnen worden tot actiepunten.

  • Er is meer aandacht nodig voor democratie en democratisering. De Nederlandse regering presenteerde een aantal jaren terug het 3D-beleid: de geïntegreerde aanpak van defense, diplomacy & development, oftewel defensie, diplomatie en ontwikkeling. Diplomatiek speelt in Nederland geen hoofdrol tijdens de oorlog in Oekraïne. En los van humanitaire hulp zijn er nog geen substantiële toezeggingen van Nederlandse zijde voor wederopbouw (die zullen er overigens vast wel komen), maar voor extra geld voor defensie heeft het parlement zich al uitgesproken. Voor een ambitieuze en veelomvattende langetermijnstrategie is vooral nog een vierde D nodig, namelijk die van democratie. Poetin en andere dictators zijn uiteindelijk banger voor democratie dan voor wapens.

Inzet op democratie nú, in Oekraïne of in Rusland, gaat de oorlog op korte termijn niet stoppen, maar democratisering en inzet op burgerschap is wél een noodzakelijk onderdeel van een vredesstrategie. Er zijn geen duurzaam stabiele dictaturen, maar wel duurzaam democratische landen. En democratische landen voeren met elkaar zeer weinig oorlog. Voor ons is democratisering niet alleen gericht op verkiezingen, parlementen en wetgeving, maar op ontwikkeling van burgerschap en een inclusieve democratische cultuur. Actief burgerschap en een besef van de rechten en plichten die daarbij horen moeten de democratische instituties versterken. Bevordering van burgerschap en democratie in al haar diversiteit vervult dan ook een centrale rol in vredeswerk wereldwijd.

  • Daarnaast is meer aandacht gewenst voor non-violent action, geweldloze actie, en het voorkomen van conflict. We zien in de gebieden in Oekraïne die nu door Rusland bezet zijn nog steeds vormen van geweldloos verzet, niet alleen door middel van vredesmarsen maar ook door kleinschalige creatieve acties.
Oekraïners maken aan de Russische soldaten duidelijk dat zij, anders dan Poetin zegt, niet welkom zijn en Oekraïne bestaansrecht heeft als zelfstandig land. Er zijn ook voorbeelden van geweldloos verzet in Rusland. Als we onze naïviteit, waardoor we de radicalisering van Poetin niet serieus genomen en genegeerd hebben, nu vervangen door vooral te denken in termen van militaire actie, machtspolitiek en ‘stabilisatiestrategieën’, besteden we gemakkelijk te weinig tijd, en middelen, aan het zoeken en versterken van vormen van geweldloos verzet en conflictpreventie. Dat is niet alleen een taak van vredes- en mensenrechtenorganisatie, maar ook van nationale overheden en internationale gouvernementele organisaties als de EU en VN. Bijzondere aandacht is gevraagd voor de ondersteuning van vrouwelijke activisten, die in veel landen leidinggeven aan geweldloze (massa)bewegingen.
  • In zeer veel conflictgebieden worden burgers niet zozeer bedreigd door buitenlandse legers, maar veelal door het eigen leger of milities die met inzet van wapens belangen van bepaalde groepen (grootgrondbezitters, mijnbouwbedrijven, etnische of tribale gemeenschappen) najagen. Dan moet niet state security, maar human security het uitgangspunt zijn, het bevorderen van de veiligheid van het individu.

Na de val van de Muur, in de loop van de jaren negentig, werd human security het kader voor internationale interventies. Na de terroristische aanslagen op de Verenigde Staten in 2011 (“9/11”) werd antiterrorisme het dominante kader. Daarin worden onder andere afspraken met foute regimes en groeperingen en martelpraktijken legitiem geacht, zolang die maar het hogere doel – bestrijding van terrorisme – dienen. Deze oriëntatie, vaak zogenaamd als bevordering van ‘stabilisatie’, staat op gespannen voet met human security. Vredesorganisaties moeten in de politieke arena blijven pleiten voor human security. Het is overigens ook aan vredes- en mensenrechtenorganisaties om betere strategieën te ontwikkelen om human security in samenwerking met lokale groepen en gemeenschappen in conflictgebieden van onderop beter vorm te geven.   

  • Bevordering van human security houdt direct verband met de menselijke waardigheid en internationale solidariteit. De waarde van een mens is universeel en dient niet bepaald te worden door waar iemand geboren is. Het is mogelijk niet onlogisch dat we ons meer betrokken voelen bij de oorlog in Oekraïne dan die in Syrië of Jemen, maar dat mag niet leiden tot verschillen in behandeling van asielzoekers en slachtoffers van oorlogsgeweld. We moeten nu niet wegkijken van grote problemen in Afrika, maar daar inclusieve ontwikkeling en vredesbevordering blijven steunen, de uitwassen van de huidige mondiale economische modellen aanpakken en een menswaardig migratiebeleid ontwikkelen. De neoliberale orde leidt immers tot grotere kloven tussen rijke en arme landen en tussen rijk en arm binnen landen. 
     
  • De oorlog in Oekraïne en diverse andere landen laat zien dat verworvenheden als het Internationaal Humanitair Recht door strijdende partijen vaak niet nageleefd worden. Dat mogen we niet accepteren. We moeten strijdende partijen, via gerichte lobby maar ook in het kader van bewustwordingswerk, aan blijven spreken op hun verantwoordelijkheden zich te houden aan internationale afspraken. Daarnaast moeten we ons verzetten tegen de verdere ondermijning van de mechanismen die we internationaal hebben ontwikkeld. Ten aanzien van Oekraïne zien we dat Nederland en andere westerse landen dat doen, maar als we kijken naar het conflict in Jemen en ook de oorlog in Syrië zien we veel meer willekeur en zelfs een beschamende onverschilligheid.

 

“We moeten wereldwijd de klimaatdoelstellingen overeind houden.”

 

  • De oorlog in Oekraïne laat zien dat Rusland de territoriale integriteit van buurland Oekraïne niet respecteert. De internationale gemeenschap moet ook het principe van territoriale integriteit verdedigen en state security (veiligheid van en voor staten, tegen bedreigingen van buitenaf) serieus nemen.
     
  • Vervolgens gaat het dan wel om een goede analyse van de dreigingen en een gerichte visie op defensie en veiligheid, waar en hoe eventuele extra middelen dan het best ingezet kunnen worden. Doelen moet geëxpliciteerd worden, risico’s van wapenleveranties en wapenhandel verdienen serieuze aandacht en internationale verdragen en afspraken dienen opgevolgd te worden. 
     
  • Solidariteit moet er ook zijn met toekomstige generaties. We moeten wereldwijd de klimaatdoelstellingen overeind houden. Het is ongewenst om nu onder verwijzing naar de oorlog in Oekraïne en hogere energieprijzen de ambities voor energietransitie of een beter klimaatbeleid naar beneden toe bij te stellen. Bovendien leiden de gevolgen van klimaatverandering vaak tot conflict en meer mensen die op de vlucht moeten slaan.  
     
  • Als landen zich niet houden aan internationale afspraken en verantwoordelijkheden leidt dat ook tot aantasting en verzwakking van de VN, het belangrijkste mondiale samenwerkingsverband ter bevordering van vrede en veiligheid en mensenrechten. Gemakkelijk zal het niet zijn, maar het is hoog tijd voor vernieuwing en versterking van de VN, waarbij ook het vetorecht van de permanente leden van de Veiligheidsraad van de VN tegen het licht moet worden gehouden. Dat geeft deze vijf landen namelijk veel meer invloed op de besluitvorming dan de andere lidstaten. 
     
  • Versterking van de Europese Unie is eveneens een prioriteit. Dat Oekraïne nu de status heeft van kandidaat-lid is een belangrijk politiek signaal. Een land als Oekraïne nu koste wat kost versneld lid maken zou echter niet goed zijn. De EU is een waardengemeenschap en er zijn nog tal van hervormingen nodig in Oekraïne.
In Oekraïne zijn er problemen met betrekking tot onder andere corruptie, wetgeving met betrekking tot minderheden, genderongelijkheid in wet en beleid, bescherming van journalisten en mensenrechtenactivisten, vrouwen- en LGBTIA+-activisten. De afgelopen jaren is er zeker veel vooruitgang geboekt, onder andere dankzij processen van decentralisatie (versterking van de lokale overheden), maar de gunfactor mag ons de ogen niet laten sluiten voor de grote problemen waar het land nog mee worstelt. We weten uit tal van landen in conflict en postconflictgebieden hoe ruimte voor dialoog en compromisvorming eerder afnemen dan toenemen en hoe standpunten van meerderheden samenvallen met nationale belangen, met een risico van (verdere) marginalisering van minderheden tot gevolg. Een te snelle toetreding van Oekraïne zou de invloed van niet-stabiel democratische lidstaten binnen de EU versterken, en dat moeten we vermijden omdat het de EU als waardengemeenschap zal bedreigen.

Het EU-toetredingsproces is ook dringend aan verbetering toe. We zien hoe het toetredingsproces de afgelopen tien jaar in de meeste landen van de Westelijke Balkan is stilgevallen.  Er gaat nu veel fout in de Westelijke Balkan. In het toetredingsproces staat wet- en regelgeving centraal. Het proces is erg top-down en gericht op papier en instituties in plaats van democratische cultuur. Dat stelt de politieke elite in staat om zijn positie te versterken en de burgers blijven aanlopen tegen corruptie, nationalistische overheden, eenzijdige media en gebrekkige rechtspraak. Voor hervormingen heb je echter ook de energie van bottom-up processen nodig. Daarom moet worden ingezet op bevordering van actief burgerschap als voorwaarde voor democratie en mensenrechten.

Zelfkritiek en werk in eigen huis

Hebben we te maken met een nieuwe strijd tussen democratie en autocratie? Het antwoord is ja. Onderzoek laat zien dat de democratie als bestuursvorm en leidraad voor de inrichting van politiek en samenleving al vele jaren onder druk staat. Veel burgers ervaren uitsluiting en achterstelling op basis van maatschappelijke ongelijkheid. Na de val van de Muur en het einde van de Sovjet-Unie ging het ruim vijftien jaar goed met de verbreiding en versterking van democratie, maar de laatste vijftien jaar zien we vooral dat democratieën onder druk staan. Ook in Europa en de Europese Unie.

 

“We zeggen dus niet dat wij, de democraten, het allemaal goed op orde hebben en dat zij, de autocraten, het grote probleem vormen.”

 

De crisis reikt verder dan alleen landen als Polen en Hongarije die de afgelopen jaren tal van antidemocratische maatregelen genomen hebben. Het gaat ook om de opkomst van het populisme in vrijwel alle Europese landen. Ook het overheidsfalen in tal van EU-lidstaten is zeer verontrustend. Denk waar het Nederland betreft aan het toeslagenschandaal, de nasleep van gaswinning in Groningen en de tweedelingen die ook in ons land groter worden. Voor tal van gemarginaliseerde groepen is Nederland de afgelopen jaren een minder fijn land geworden. Polarisatie is groeiende, groepen burgers voelen zich in toenemende mate bedreigd en ontworteld. Fake news is aan de orde van de dag en ook op dat front is Rusland zeer actief. Velen blijken belang te hebben bij chaos in het Westen. Mede opgejaagd door kortetermijnbelangen en sociale media verbindt de politiek niet meer, maar worden contrasten extra aangezet. Vooral onder jongeren is het vertrouwen in de democratie als bestuursvorm de afgelopen decennia afgenomen. 

Opvanglocaties voor Oekraïners zijn – terecht – snel gevonden in de Nederlandse gemeenten, maar tegelijkertijd zagen we de afgelopen maanden mensonterende beelden van andere groepen asielzoekers in Ter Apel die buiten moesten slapen. De opvang blijft verstopt zitten omdat de gemeenten te weinig plekken bieden aan vluchtelingen die recht hebben op een woning. De regering verwerpt voorstellen om groepen asielzoekers op te vangen in kleinere opvanglocaties verspreid over het land en lijkt de situatie voor lief te nemen, want het is niet gewenst dat Nederland een te aantrekkelijk land wordt voor “gelukszoekers”.

“De kern van het vredeswerk is het versterken van verbindende identiteiten.”

Het belang van lokale vredeswerk

Als we schrijven dat er inderdaad sprake is van een strijd tussen democratie en autocratie, zeggen we daarmee dus niet dat wij, de democraten, het allemaal goed op orde hebben en dat zij, de autocraten, het grote probleem vormen. Een geloofwaardige vredespolitiek, waar internationale democratiebevordering deel van uitmaakt, kan niet zonder zelfkritiek. Speciale focus is nodig om achtergestelde groepen te betrekken en hun problemen op te lossen. Ook democratieën begaan grote fouten - in hun economische en militaire samenwerking met foute regimes, en ook binnenslands wanneer zij niet handelen naar de waarden van de democratie en belangen van grote bedrijven zwaarder blijken te wegen dan bestaanszekerheid, gezondheid en welbevinden van burgers. Versterking van democratie en rechtsstaat dient ook in eigen huis te gebeuren. 

Door middel van concrete lokale initiatieven kunnen burgers zelf een bijdrage leveren aan het vormgeven van een nieuwe vredesbeweging. Sinds de tweede helft van de vorige eeuw is er veel ervaring opgedaan met lokaal vredeswerk, in eigen land en in conflict- of postconflictregio’s en zijn er talloze voorbeelden van initiatieven voor de bevordering van vrede, democratie en mensenrechten, en tegen onderdrukking en uitsluiting. 

Wie zich lokaal wil inzetten voor vrede, mensenrechten en democratie, kan zich drie rollen aanmeten: die van expert, activist en verbinder. Zeker die laatste is belangrijk in lokale context.

Versterking van verbindende identiteiten

De kern van het vredeswerk is het versterken van verbindende identiteiten. In een functionele democratie is de belangrijkste verbindende identiteit die van het burgerschap. Het besef dat we ons als burger – met ieder gelijke rechten en gelijke plichten – inzetten voor een inclusieve samenleving. Er zijn verschillen tussen individuen en groepen inwoners en laten we die diversiteit koesteren. Maar waar sprake is van hardnekkige ongelijkheid, met structurele achterstelling tot gevolg, is actie geboden.  

“Het is een aardig tijdverdrijf de elite af te fakkelen, maar dat brengt oplossingen niet dichterbij.”

Wel is er iets veranderd in het gedrag van burgers. Meer dan vroeger is het welhaast vanzelfsprekend dat stemgedrag gedreven wordt door eigenbelang, behoeften van de eigen groep en de korte termijn. De politieke elite lijkt daarin verregaand mee te bewegen, om de gunst van de kiezer niet te verliezen, maar dat maakt de huidige anti-elitaire sentimenten niet zwakker. Er is over de hele linie nog wel vertrouwen in ons politieke systeem, maar veel minder in onze politici.

Het is een aardig tijdverdrijf om de elite af te fakkelen, niet alleen de politiek maar ook de rechterlijke macht, de media en religieuze leiders, maar dat brengt oplossingen niet dichterbij. Wij roepen de elite juist op om hun traditionele rol niet te verzaken en, voorbij deel- en groepsbelangen en de korte termijn, een visie voor de samenleving als geheel te ontwikkelen, in samenspraak met burgers, en die om te zetten in beleid en programma’s. We moeten daarin als burgers natuurlijk onze eigen verantwoordelijkheid nemen en bijdragen aan een solidaire inclusieve samenleving. Dat sluit stevige politieke debatten niet uit, integendeel. Maar het algemeen belang dient gediend. Ook de toon van het debat is van belang: het gesprek moet naar inhoud en naar vorm aan basale normen van respect voor anderen en andersdenkenden voldoen.

In de praktijk richt vredeswerk in tal van conflictgebieden en vooral postconflictgebieden zich op burgerschap, de relatie tussen groepen inwoners (sociale cohesie) en tussen overheid en inwoner of burger (sociaal contract). Veel van deze ervaringen zijn ook relevant voor vredeswerk in eigen land. Het zijn de bouwstenen, van onderop, voor een inclusieve solidaire samenleving. 

Participatieve democratie

De representatieve democratie – gebaseerd op verkiezingen en volksvertegenwoordigers namens politieke partijen – staat onder druk. Onze vertegenwoordigende raden, ongeacht op gemeentelijk, provinciaal of nationaal niveau, bieden geen goede afspiegeling van de samenleving wat betreft gender, leeftijd, opleidingsniveau en culturele achtergrond. Voor de Tweede Kamer speelt daarenboven de oververtegenwoordiging van de randstad. Perfecte afspiegeling zal niet haalbaar zijn en dat hoeft ook niet. Maar de huidige situatie leidt er wel toe dat grote groepen burgers zich niet of onvoldoende vertegenwoordigd achten. Tel daar sentimenten van structurele achterstelling bij op, en geweld ligt op de loer. Bedreigingen van politici en wetenschappers, geweld tegen journalisten en ambulancepersoneel, rellen waarbij winkels en auto’s het moeten ontgelden, we hebben er de laatste jaren al te veel van gezien. 

Vormen van participatieve democratie kunnen helpen om de democratie te versterken, maar Nederland loopt achter in de organisatie van bijvoorbeeld burgerberaden. Juist waar het gaat om grote vraagstukken waarbij politieke partijen vaak vast zitten in hun eigen belangen en tradities, kan een door loting bijeengebrachte representatieve groep burgers helpen om richtingen te schetsen voor beleid en besluiten, waar draagvlak voor bestaat onder de bevolking. Voorwaarde voor burgerberaden is wel dat de juiste vragen worden geformuleerd en dat de politiek vooraf duidelijk aangeeft aanbevelingen over te nemen. 

Activisme

Het versterken van verbindende identiteiten is hard werken en soms dringen bepaalde perspectieven niet voldoende door of blijven voor grote groepen burgers zorgen en wensen van andere groepen burgers verborgen. Dan kan activisme helpen om onderbelichte perspectieven voor het voetlicht te brengen, en steun te verwerven voor gewenste veranderingen. Als vredesbeweging kennen we de waarde van activisme, uit onze eigen geschiedenis met onder andere de acties tegen kernwapens maar ook vanwege onze steun aan burgerbewegingen in conflict- en postconflictgebieden die door middel van publieke actie hun belangen bepleiten.

Activisme in Nederland en Europa, vooral ook van jongeren, heeft de samenleving ervan doordrongen dat we niet door kunnen gaan met de uitputting van de aarde en de vernietiging van natuurlijke diversiteit. De Keti Koti-dialoogtafels hebben eraan bijgedragen dat grotere groepen burgers zien hoeveel pijn er nog zit bij de Nederlanders waarvan voorouders slachtoffer waren van de systemen van de slavernij. Onderzoek over de manier waarop de vier grote steden door de eeuwen heen profiteerden van de slavernij heeft ook bijgedragen aan dit besef. Dat er voor scholen apart lesmateriaal over ons koloniaal- en slavernijverleden gemaakt wordt, is toe te juichen. Het zijn bijdragen aan de versterking van een open, solidaire en inclusieve samenleving.

Wat is vrede anno 2022 voor jou?

Wat is vrede anno 2022 voor jou? Dat is de vraag die we elkaar in de Vredesweek moeten stellen. Wat is vrede in je eigen dorp, wijk of stad? In de kring van familie en vrienden? In Nederland, de Europese Unie en in Europa, dat opnieuw geconfronteerd wordt een vernietigende oorlog? En hoe stellen we ons vrede voor als we kijken naar andere continenten en mondiale ontwikkelingen? 

“Laten we niet volstaan met louter analyses, maar vooral ook kijken naar wat we zelf kunnen doen.”

Laten we niet volstaan met louter analyses, en zeker niet met pleidooien voor wat anderen moeten doen. Laten we vooral ook kijken naar wat we zelf kunnen doen – in onze eigen omgeving, als burger van de gemeente waar we wonen, als Nederlander, en als wereldburger.