< terug naar nieuwsoverzicht

Jan Jaap van Oosterzee: van vredesactivist naar 25 jaar werkzaam bij PAX

01-09-2022

Als 16-jarige scholier raakte Jan Jaap van Oosterzee (61), hoofd Public Affairs bij PAX, in 1977 betrokken bij een lokale actie tegen kernwapens. Nu, 45 jaar later, zet hij zich nog altijd in voor vrede. Wat drijft Jan Jaap om aan vredesactivisme te doen? Hoe heeft hij de vredesbeweging door de jaren heen zien veranderen? Wat kan een nieuwe generatie vredesactivisten leren van zijn jarenlange ervaring met vredeswerk? In aanloop naar de Vredesweek gingen we met hem in gesprek. 




Wat is vrede voor jou? Waarom is het voor jou belangrijk?

“Voor mij betekent vrede niet alleen oorlogen stoppen en conflicten vermijden, maar ook actief werken aan een vreedzame samenleving. Daarbij moet je conflicten vaak juist niet vermijden, maar op een goede manier aangaan en tot oplossingen komen. Vredeswerk is precies het tegenovergestelde van de lieve vrede bewaren.

Ik ben opgegroeid in de Koude Oorlog. In Europa was er geen directe oorlog, maar de dreiging was altijd aanwezig. In de loop der jaren ben ik steeds sterker gaan voelen hoe geweld en politieke repressie niet alleen leidt tot fysiek lijden, maar ook tot het verliezen van je menselijke waardigheid. Ik vind dat we mensen die proberen hun menselijke waardigheid terug te veroveren, moeten ondersteunen.

Dat had er ook mee te maken dat ik voor mijn werk vaak in Syrië ben geweest. Daardoor voel ik me heel betrokken bij de mensen in de oorlog daar. Die oorlog was zo voor mij geen ver-van-mijn-bed-show. Voor mijn Syrische vrienden is menselijke waardigheid heel belangrijk.”

Hoe ben jij bij het vredesactivisme en PAX betrokken geraakt?

“Ik ben opgegroeid in een progressief kerkelijk gezin. Mijn vader was predikant en was ook actief voor vrede. Het was dus geen onverwachte stap dat ik ook betrokken raakte. Ik volgde het wereldnieuws al dagelijks en zag de conflicten in andere delen van de wereld en de Koude Oorlog die wij met de Sovjet-Unie hadden gecreëerd.

In 1977 begon IKV met de campagne tegen kernwapens onder de leus “Help kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland!”. Wat IKV heel goed deed en wat ik inspirerend vond, was dat zij het met hun lokale groepen voor heel veel burgers mogelijk maakte om heel betrokken te zijn en die de campagne mee vorm te geven. Samen met lokale vredesgroepen heb ik toen mijn eerste demonstratie georganiseerd: bij de vliegbasis in Soesterberg, waar het sterke vermoeden bestond dat daar kernwapens geplaatst zouden worden. Ik was toen 16 jaar. Die demonstratie voelde voor mij als een stap voor een vreedzamere wereld die we konden en moesten zetten.”

Hoe zag en ziet jouw vredesactivisme er verder uit?

“Toen ik ging studeren, ben ik betrokken geraakt bij directe acties bij de vliegbasis in Woensdrecht. Dat was begin jaren ’80 een slapende basis, maar daar zouden nieuwe kernwapens geplaatst worden. Terwijl IKV de bekende grote demonstraties organiseerde, waren het kleine groepen die ter plekke bij die basis kampen opzetten en actievoerden. Die acties waren heel erg van onderop georganiseerd en zochten soms ook de grenzen iets meer op. Zo drongen we weleens de basis binnen: dan werden we gearresteerd en weer buiten de hekken gezet.

Blokkades bij Woensdrecht, 1 juni 1984. Fotograaf: Rob Bogaerts

Wij vonden het niet per se verkeerd wat de grote vredesorganisaties aan het doen waren, maar we hadden de behoefte om zelf aan zet te zijn en zelf een rol te hebben. Dat denk ik ook te herkennen in zo’n groep als Extinction Rebellion, die een andere rol in nemen dan andere milieuorganisaties. 

In 1984 hebben we een omsingeling van drie dagen georganiseerd. Met alles erop en eraan: tenten, veldwc’s, keuken, zelfs een bar. Daar heb ik mijn vrouw Marja ontmoet. In die tijd waren heel veel verschillende groepen actief voor vrede: van de krakersbeweging in Amsterdam tot de Franciscaanse monniken. Die monniken hadden een huis gehuurd in Woensdrecht, zodat de mensen in het vredeskamp daar af en toe terechtkonden om te douchen! 

In de jaren ‘80 heb ik met mijn vader een klein subsidiefonds opgezet waarmee we allerlei projectjes voor vrede in onze eigen samenleving ondersteunden. Dat ging niet enkel om conflicten oplossen en vermijden, maar ook om mensen die niet genoeg gehoord worden of buiten de boot vallen ook een plekje te geven in onze samenleving. Denk bijvoorbeeld aan hulp aan gevluchte mensen, of sociale cohesie projecten in Overvecht en Kanaleneiland, waar Marokkaanse vrouwen een restaurantje opzetten. Dat vind ik allemaal vredeswerk. In mijn werk bij PAX hou ik me nog steeds met dit soort vredeswerk bezig.”

Je houdt je nu al zo'n 45 jaar bezig met vrede. Hoe is vredesactivisme in de loop der jaren volgens jou verandert?

“De situatie in de wereld is door de tijd heen veranderd, en daarmee ook het denken over vrede en conflict, en de rol van het leger. Toen ik net betrokken was, had de vredesbeweging een heel antimilitaristisch karakter. We waren echt tegen het leger. Toen de Koude Oorlog voorbij was en de oorlogen in de Balkan en het Midden-Oosten begonnen, zag ik dat bij veel mensen verschuiven. Er heerste een zeker optimisme. Nu gaat vrede meer over mensenrechten en het bewaken van het internationaal recht, met zelfs de optie dat het gebruik van militaire middelen in sommige situaties nodig kan zijn om mensen te beschermen tegen oorlogsgeweld.

Een omslagpunt voor mij was toen in de oorlog in Irak in het zuiden een enorm bloedbad werd aangericht. Toen dacht ik: dit is een situatie waar ingegrepen moet worden. Als daar nu een leger heen gaat om die mensen te verdedigen, dan ben ik daar voor. Natuurlijk is het wel belangrijk om altijd kritisch te blijven en waar kan alle niet-gewelddadige, civiele middelen die er maar zijn te benutten. Dit was ook de manier waarop IKV en Pax Christi naar conflicten keken.”

Jan Jaap in het Museum for Air and Spacecraft in Washington bij de SS20 en de Kruisraket, twee nieuwe kernwapens die in de jaren '80 door resp. de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten geplaatst werden. Jan Jaap: “De kruisrakketten zouden ook in Woensdrecht komen, maar dat is nooit gebeurd. Dat lag overigens meer aan het einde van de Koude Oorlog dan aan onze demonstraties.”

De oorlog in Oekraïne maakt vredesactivisme belangrijker dan ooit. Wat moet er volgens jou gebeuren om weer een sterke vredesbeweging te bouwen?

“De Russische invasie is zo’n flagrante schending van het internationaal recht, veel mensen voelen dat we Oekraïne moeten steunen in hun legitieme recht op zelfverdediging. Er is dus weinig discussie in de maatschappij over wel of geen wapens leveren aan Oekraïne. Ik zie wel problematische kanten: wat gebeurt er met de wapens die geleverd worden? Die gaan vaak langer mee dan dat de oorlog duurt. Hoe gaat de samenleving eruitzien na de oorlog? Er is veel reden tot zorg, maar je kan Rusland niet diens gang laten gaan, dat is nog erger. 

Tegelijkertijd denk ik dat het ook een les is, die voor ons niet nieuw is. We beseffen ons opnieuw dat echte vrede met een autoritair regime niet kan. Een dictatuur is eigenlijk altijd een vorm van oorlog: van het regime tegen de eigen mensen. Soms lijkt het alsof we de stabiliteit wel kunnen handhaven, dat we zelfs een normale relatie met Rusland konden opbouwen. Maar altijd leidt het ergens tot gewapend conflict: in het land zelf of met buurlanden.

De vredesbeweging moet meer aandacht vragen voor de lange termijn: we moeten investeren in diplomatie, vredesopbouw, democratisering en lokale vredesprocessen. Het gaat ook over de kwaliteit van onze eigen samenleving en democratie. Antidemocratische tendensen zijn in onze eigen samenleving ook aanwezig. Dus de straat op gaan voor klimaat, antiracisme of humaan vluchtelingenbeleid is eigenlijk ook vredesactivisme. Vrede hangt daar heel sterk mee samen. Waar ik denk dat we de komende tijd heel actief op zoek moeten gaan hoe we weer veel meer mensen bij vredesactivisme betrekken. 

Toen ik jong was, had ik er een bloedhekel aan wanneer oudere mensen vertelden wat we moesten doen. Nu ben ik boven de 60, dus ik wil jongeren niet vertellen wat ze moeten doen. Ik deel graag hoe wij het in die tijd hebben gedaan, maar het initiatief ligt ook bij de jongerengeneratie. Zoals wij in die tijd in Woensdrecht vrede ook onze agenda wilden maken, zo moeten jongeren dit thema ook naar zich toe trekken. Zij zijn nu aan zet!”

Wil je meer leren over vredesactivisme of ben je benieuwd hoe je zelf in actie kan komen? Kom naar de Vredesweek! Op woensdag 21 september spreekt Jan Jaap ’s middags tijdens een inspiratiemiddag voor de vredesbeweging en iedereen die zich daarbij wil aansluiten. ’s Avonds organiseren we een intergenerationeel panelgesprek over de toekomst van vredesactivisme in TivoliVredenburg. Klik hieronder voor meer informatie en tickets.

Generatie Vrede staat op: bouw mee aan de vredesbeweging!
woensdag 21 september | 15:00 – 17:15 | de Zalen van Zeven, Utrecht | gratis

Generatie Vrede: wat is vredesactivisme anno nu?
woensdag 21 september | 20:00 – 22:00 | TivoliVredenburg, Utrecht | €10

Download

< terug naar nieuwsoverzicht